Fusie en samengestelde gezinnen: twee kanten van dezelfde medaille?

‘Zo heb ik het nog nooit bekeken.’ De bestuurder, onze opdrachtgever, heeft een fusie aangekondigd die met weinig enthousiasme ontvangen is.  

Ik vertel haar dat ik aan mijn buurjongetjes denk: twee mannetjes die niets met elkaar delen, behalve een nieuw huis. De moeder van de een is verliefd geworden op de vader van de ander. Ik veronderstel dat deze jongetjes pas wisten dat ze elkaars huisgenoot zouden worden toen vader en moeder daar een (misschien lastige) beslissing over genomen hadden. Omdat de ouders hier al langer mee bezig zijn geweest, zitten zij in een andere verhaallijn dan de jongens. Soms gaat dat goed, vaak ontstaat wrijving. 

Het lijkt op een organisatiefusie. Het komt zelden voor dat ‘de werkvloer’ op een fusie aandringt. Bestuurders vinden dat een goed idee. Vervolgens worden dingen voorbereid en al een soort van toekomst opgebouwd. Pas daarna worden de OR en uiteindelijk de medewerkers ingeschakeld. En die kunnen er dan pas hun eigen verhaal van gaan maken. En dat gaat niet altijd zoals bestuurders hopen. 

Volgens de Presentatiepartners kan dit anders. Wij leren bestuurders hoe ze welluidend (voor)genomen besluiten in de organisatie kunnen laten landen. Waardoor er minder impliciet gedoe ontstaat. Dat wil niet zeggen dat er geen frustratie of weerstand zal zijn. Het wil wel zeggen dat deze aan de oppervlakte mag komen in een organisatie. Dáár kun je als bestuurder gericht op handelen.

Ik hoop dat onze buurjongens af en toe razend mogen zijn, hun verdriet mogen uitschreeuwen en ook hun verlangens mogen laten horen. Dan wordt er misschien niet meer zo hard met deuren geslagen als nu het geval is.

Bovenstaande tekst staat ook op LinkedIn

Benieuwd hoe we dit doen? Neem gerust contact op.